Aanwijzingen voor de methode

In het begin niet meteen een notenbalk gebruiken en dat om twee redenen.

1. De leerling kan worden afgeleid door de 5 lijntjes

2. Het gevaar bestaat dat de docent zich te veel laat sturen door de kennis van de normale notatie. Dat geldt ook voor de ouders.

Uiteindelijk zijn de notenbalken er bij gekomen omdat je dan veel meer blokken kwijt kunt op een pagina.

Hieronder een voorbeeld van blokken zonder lijntjes.

Van de leggers moet je eerst alleen de legger met de pijltjes gebruiken. Het gele flapje komt op de centrale C. Dat is de witte toets links van een groepje van twee zwarte toetsen.

Die centrale toets ligt meestal links van het midden of precies in het midden.

Het is heel goed om de legger na het oefenen te verwijderen en op de duur maar eens proberen of de leerling het zelf kan. Ik heb zelfs meegemaakt dat door deze oefening de leggers niet meer nodig waren.

Mijn evaring is dat je de kleuren in het begin niet moet laten benoemen.

Iemand kan kleurenblind zijn en dan gaat het alleen om de tinten van de blokken terug te vinden op de leggers. Bovendien heb ik gemerkt dat sommige verstandelijke beperkten moeite hebben met het uitspreken van de namen. Bijvoorbeeld blauw en bruin.

Sommige leerlingen, en zeker zij die niet kunnen lezen, hebben soms moeite met het in goede volgorde lezen.

Vooral bij de eerste oefeningen, dus de grote blokken, de blokken aanwijzen met een stokje van ongeveer 50 cm.

Pak ook niet te gauw een bekend liedje want dan wordt het lezen ook nog aangestuurd door het auditieve geheugen, ook al is dat auditieve nog zo belangrijk.

Laat de stok langzaam richting volgende blok gaan dus niet aantikken.

Als dit goed gaat moet je de rollen eens omdraaien.

Zeg dan tegen de leerling: "Jij bent nu de meester en nu moet je mij eens helpen." De leerling op jouw stoel en jij achter het instrument. Je hebt dan meteen een goede controle over de leesstrategie van de leerling.

Je zult merken dat zo'n leerling het heel gauw door heeft. Ik heb in deze situatie ook wel eens expres een fout gemaakt en dan kun je zien of ze ook controleren of het goed is.

Niet wachten tot het helemaal goed gaat maar nu ook gauw een liedje zoeken dat ze kennen.

Dat geldt trouwens voor de hele methode. Als je te lang blijft steken bij een bepaalde oefening gaat de stimulans weg.

Eens zei een vader tegen mij: "ik hoor het versje helemaal niet." Dat is nu juist waar je op moet letten. Wat die vader wil horen, kan misschien heel lang duren maar veel geduld is het enige goede recept.

Probeer vervolgens de leerling zo ver te krijgen dat hij of zij gaat zingen.

Het zingen bij verstandelijk gehandicapten is soms heel moeilijk. De tonen nazingen kan een groot probleem zijn . Maak daar geen probleem van want dat is één van de grootste fouten die je kunt maken.

Ook al hoor je de tonen niet en al hoor je de tekst slecht, toch blijven stimuleren en niet gaan corrigeren.

Een liedje met lange en korte noten, 1 of 2 tellen, is best geschikt maar neem niet zo gauw liedjes met een gecompliceerd ritme.

De volgende liedjes kan je downloaden. Ze zijn geschreven met grote blokken en alleen geschikt voor het eerste setje leggers.

Let op: zowel met de rechter hand als met de linker hand laten spelen en vingerzetting is nog niet belangrijk!

Methode 1

Visje, visje
Au clair de la lune
Bijtjes komen
Ooievaar
Mieke hou je vast
Alle menschen werden brüder
Advocaatje
Mieke heeft een lammetje

Dan nu een legger erbij.

De legger met de zwarte stip komt aan de kant van de zwarte pijl. Dus links.

Hierna in het volgende pdf bestand een paar oefeningen en een paar liedjes.

Methode 2

Visje visje
Arend Stokje
Mieke hou je vast
Bijtjes komen vragen
Ooievaar lepelaar

We gaan nu leren hoe we aanduiden wat links en rechts gespeeld moet worden

Bij de eerste paar oefeningen kun je uitproberen of de leerling het begrijpt.

Als de stok omhoog staat moet je het blok met de rechterhand spelen en als de stok naar beneden staat moet je met de linkerhand spelen.

Ik heb hierbij een klankspelletje gedaan.

Sla een hoge noot aan op het instrument en daarna een lage en vraag dan aan de leerling welke toon bij een vogeltje hoort en welke bij een beer.

Zeker weten dat het vogeltje gehoord wordt bij de hoge toon en bij een lage toon de beer. Het is immers een groot beest en die maakt niet van die hoge piepgeluiden.

Nu kun je gelijk vertellen dat de rechterhand bij het vogeltje hoort en de linkerhand bij de beer. Dus als de leerling moeite heeft met links en rechts, noem je de rechter maar de vogeltjeshand en de linker de berenhand.

Het liedje van de trommelaar is expres heel onlogisch geschreven maar meteen een mooie proef.

De volgende liedjes zijn wat logischer geschreven.

Zie hieronder het PDF bestand.

Methode 3

Een paar oefeningen
Trommelaar first stay
First stay
Two chords
De trommelaar

We gaan nu de notenbalk gebruiken

Het heeft geen zin om het aan de leerling uit te leggen maar je zult merken dat door het rastereffect van de notenbalk de leesvaardigheid verbetert.

Eerst een paar simpele oefeningen en dan kijken of je leerling ook naar de stokken kijkt.

Met het liedje "'k zet mijn vingers op het bord" kunnen we beginnen met de vingers een nummer te geven.

Hier heb ik een paar leuke oefeningen voor en daar kom ik later op terug.

Denk erom: blijf ook veel zingen, ga zelf ook eens spelen en laat de leerling meeklappen of met een trommeltje de maat slaan. Ook al gaat dat niet helemaal goed; toch veel doen.

Methode 4

Begin notenbalk
Mijn vingers
Onze Peter
Zeg moeder waar is Jan
Op een grote paddestoel
Drie maal drie is negen
'k Heb een stuiver

Bij de afbeeldingen hierboven wil ik laten zien welke oefening goed is om de vingers te trainen.

Bij afbeelding 1 een kanaaltje dat boven in de pagina een scherpe bocht maakt.

Door dat kanaaltje vaart een bootje. Nu zitten boven in de bocht 5 bruggetjes en die moeten om de beurt omhoog voor dat bootje.

Ze moeten helaas om de beurt omhoog want er is maar één brugwachter.

Nu moet de leerling de hand op het papier leggen en de vingers over het kanaaltje leggen maar wel gespreid. Zie afbeelding 2, 3 en 4. Geef nu de vingers (bruggetjes) een nummer 1 t/m 5.

Nu gaan we proberen om de vingers (bruggetjes) één voor één omhoog trekken. Dus als één vinger (bruggetje) omhoog gaat moeten die andere vingers (bruggetjes) naar beneden blijven en vooral bij bruggetje 4 kan dat moeilijk zijn maar na lang oefenen zal ook dat beter gaan.

Het is een spel maar het werkt heel goed. 

Bij het volgende PDF bestand zien we verschillende oefeningen.

De eerste oefening over twee balken. Hier is het belangrijk eerst even met de stok aan te wijzen hoe men moet lezen. Ook dat spelletje omgekeerd, waarbij de leerling moet aanwijzen en jij moet spelen, niet vergeten. Hiernaast een voorbeeld . Let op de pijltjes. Ook als er op de onderste balk niets staat toch met de stok meenemen. De blokken op de bovenste balk met de rechter hand spelen en de blokken op de onderste balk met de linker hand.

De blokken die recht boven elkaar staan moet je tegelijk indrukken.

Verder een paar dingen in een driekwartsmaat.

Hier is het verstandig om zelf een eenvoudig stukje in een driekwartsmaat te spelen en dan de leerling mee laten klappen.

Bij voorbeeld op de eerste tel handen tegen elkaar. De tweede en derde tel bijvoorbeeld op de knie of een andere plek. Met een trommeltje is het natuurlijk veel leuker.

Hier een paar liedjes in een driekwartsmaat, maar nog op één balk genoteerd. Goed opletten of er wel naar de stokken wordt gekeken.

Weer iets nieuws als er aandacht wordt geschonken aan de notatie van langere noten zoals twee tellen.

Je moet hier uitleggen wat dat touwtje betekent.

Nogmaals: praat niet over een boogje want dat kan verwarring geven.

Het laatste gedeelte van dit hoofdstuk gaat over de zwarte toetsen en mijn ervaring is dat hier een voorbeeld meer dan genoeg is.

Methode 5

Bij methode 6 komen diverse vaardigheden voorbij.

Het begint met het liedje op de schaats. Hier ook veel oefenen met klappen in driekwartsmaat maar niet snel.

Ik heb hierbij expres een paar accoordsymbolen gezet zodat je als je dat kan dat kan even met een gitaar mee kan spelen.

Hierna een aantal liedjes tweestemmig waar in de ene hand noten van 1 tel en in de andere hand lange noten, denk aan de stok, van boven naar beneden wijzen.

Alles blij maakt de mei

De olifant

Bellen blazen

Jingle bells

Three Chords

Hoe zachtkens glijdt ons bootje

Dromenland

Loop mij maar na

Het bootje

Nu voor de eerste keer een paar liedjes met achtste noten dus korte blokken.

Bij deze liedjes vooral het ritme klappen en zingen natuurlijk.

Zagen, zagen

Roodborstje

Rood of groen

Komt een vogel

De berg op

Een kringetje

We sluiten af met, jawel, een menuet van Mozart.

Methode 6